Busreis Yeomanry

Busreis Yeomanry 2021

Dit jaar gaat de 8e busreis van Yeomanry door in het najaar, dit in de hoop dat het zal kunnen doorgaan.  Deze dag staat ingepland op zaterdag 23 oktober en we rijden richting Nederland.  We bezoeken ditmaal de Amerikaanse begraafplaats "Tribuna de Honor" Margraten en het "Museum Park" in Overloon).  

!! Inschrijven is nog niet mogelijk !!

Vertrek:

Café 't Kruisken (Kruisken 1 te 9991 Adegem) - Vertrek 7u 

De bus vertrekt om 7u stipt te Adegem dus wees tijdig aanwezig aub!  

De terugkomst is voorzien omstreeks 20u30.

Middagmaal:

Omstreeks 11u00 vertrekt de bus van Margraten richting Overloon, er wordt GEEN middagstop voorzien!  U neemt zelf uw lunchpakket mee en er wordt gegeten op de bus, drank is op de bus te verkrijgen aan democratische prijs.  Aankomst in Overloon rond 12u30.

Avondmaal:

Omstreeks 17u vertrekt de bus van Overloon terug naar Adegem, er is een eventuele tussenstop in de Lunch Garden te Turnhout.

Kostprijs:

31€ per persoon 

Iedereen die deelneemt betaalt voor de bus en het Museumpark te Overloon, de toegang naar de begraafplaats is gratis.
 
Praktisch:

Meer informatie kan u verkrijgen bij de leden van het bestuur van Yeomanry of via Hendrik Talloen (activiteiten@yeomanry.be).


"Tribuna de Honor, Margraten"

De Amerikaanse Begraafplaats Margraten, in het Engels: Netherlands American Cemetery and Memorial, is een Amerikaanse militaire begraafplaats en monument ter nagedachtenis aan de overleden soldaten van de Verenigde Staten van Amerika ten tijde van de strijd in Zuid-Limburg, het Ardennenoffensief en in het Roergebied, gedurende de Tweede Wereldoorlog. De begraafplaats is gelegen tussen de plaatsen Margraten en de Keer Aan de N278.

Geschiedenis

De begraafplaats is ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1944 kreeg kapitein Shomon, toenmalig commandant van de 611th Graves Registration Company, de opdracht om voor het Amerikaanse Negende Leger een plaats te vinden voor een begraafplaats.[1] Er werden veel doden verwacht bij de opmars richting Berlijn, en men wilde geen slachtoffers begraven op vijandelijk grondgebied. Begin oktober 1944 diende hij zich aan bij het gemeentehuis van Margraten, dat op 13 september was bevrijd. Daar kreeg hij de beschikking over 30 hectare grond langs de rijksweg westelijk van de dorpskern. De grond werd door de Nederlandse overheid in bruikleen gegeven aan de Amerikanen. Het gebied werd verboden terrein voor burgers. In november begon de aanleg.

Voor de eerdere gebruikers van de grond, enkele tientallen boerengezinnen, kwam de aanleg onverwacht. Er was geen sprake van overleg. Soms was het mogelijk om de oogst van een perceel grond nog weg te halen voor het begraven begon, maar vaak ook niet. Het duurde jaren voor de benadeelden (zowel grondeigenaren als pachters) een vergoeding kregen.

Door het natte weer was de grond, vette löss, erg modderig, wat het werk erg moeilijk maakte. Rijdend materieel zakte weg in de modder, evenals de stenen en kiezel waarmee men probeerde de boel berijdbaar te maken. Het 172nd Engineer Combat Batallion kreeg de taak om een toegangsweg van de Rijksweg naar de begraafplaats aan te leggen, een afstand van 650 m. Men dacht eerst dat het een karwei was van 3 dagen voor 30 man. Uiteindelijk waren er vierhonderd man nodig. Zij maakten van aan elkaar vastgemaakte boomstammen een knuppelweg waarop nog kiezel moest worden gestort. Het duurde twee maanden voordat er een bruikbare toegangsweg was.

Voor de plaatselijke bevolking had de aanwezigheid van de Amerikanen enkele voordelen: zo konden gezinnen die last hadden van vlooien DDT gebruiken voor de bestrijding, en men kon via de soldaten goedkoop aan schoenen komen. Zeep, sigaretten, koffie, waspoeder en chocolade, verder nauwelijks verkrijgbaar, kreeg men ook van de soldaten, vaak in ruil voor wederdiensten zoals onderdak, koken en het herstellen of wassen van kleding. Er werden ook wel lijkzakken verwerkt tot overhemden, tafelkleden, jasschorten en gordijnen. De schaarste aan textiel was zodanig dat ook gebruikte lijkzakken werden hergebruikt.

De manschappen van het 611th GRC, die aan verschillende onderdelen van het Negende Leger waren toegevoegd, hadden als taak om na gevechten op het slagveld gegevens van de gesneuvelden te registreren en de doden op te halen. Die werden vervolgens naar verzamelpunten gebracht, van waaruit ze naar een centrale plaats gingen. Daarvandaan werden ze per vrachtwagen naar Margraten vervoerd. Dat was soms een reis van honderden kilometers.

Eenmaal in Margraten werden de lijken afgeladen, hetgeen niet altijd respectvol gebeurde. Daarna werden ze ontdaan van munitie en persoonlijke bezittingen, op de zgn. stripping line. Dat werd gedaan door de 960th Quartermaster Service Company (260 man), vanaf midden december door de 3136th QSC; die eenheden bestonden uit zwarte militairen. Zij deden ook het zware werk: het verplaatsen van de lijken en het graafwerk. Ook Duitse soldaten werden door hen begraven. Voor veel inwoners van Margraten waren deze Amerikanen de eerste zwarte mensen die zij in hun leven zagen.

De lijken werden zonder kist begraven; ze zouden immers later weer worden opgegraven. Ze werden, geheel gekleed, in matrashoezen of lijkzakken verpakt en zo begraven. Van de twee identiteitsplaatjes werd er een mee begraven; het andere werd achter op het kruis of davidsster gespijkerd dat bij het graf hoorde.  Bij een te grote aanvoer van lijken (soms ruim 500 op een dag) werden deze begraven, soms pas na enkele dagen, samen met een glazen pot met daarin de papieren en bezittingen. Die werden dan later weer gebruikt voor identificatie en registratie. Bij grote drukte in maart 1945 werd ook hulp gezocht bij de lokale bevolking; de burgemeester J.J.E.H. Ronckers ging de huizen langs om mensen te mobiliseren. Zij dolven graven (normaal gesproken twee per persoon per werkdag) en droegen er de lijken naartoe. Als voorman en contactpersoon van de Nederlanders fungeerde Jan Silvius, bijgenaamd Hollandse Jan, die Engels had geleerd op de wilde vaart.

Duitse krijgsgevangenen werkten op de begraafplaats; zij droegen zorg voor graven van Duitse gesneuvelden. Zij werden elke dag van Hendrik-Kapelle in België naar Margraten gereden en weer terug.

In januari 1945 werd het Burger Comite Margraten USA Begraafplaats opgericht door burgemeester Ronckers en pastoor Ramakers. Het comité zamelde geld in voor bloemen en missen, en trachtte een Tourist House op te richten dat goedkoop onderdak kan bieden aan bezoekers. Later organiseerde men ook de gravenadoptie. Daaraan werd met man en macht gewerkt met als resultaat dat voor de tweede Memorial Day, in mei 1946, alle graven geadopteerd werden. Er werd een speciale ambtenaar aangesteld ten behoeve van de enorme administratie van meer dan 40000 systeemkaarten. Dat bleef zo tot 1953.

Op Memorial Day 1945, op 30 mei, zag de begraafplaats er prachtig uit en commandant William Hood Simpson van het Negende Leger sprak die dag zijn waardering uit voor het verrichte werk.

Het 611th GRC van kapitein Shomon werd op 1 juli 1945 vervangen door het 603rd GRC (in Margraten werd in de jaren 1960 een straat naar Shomon genoemd). Zij vestigden hun hoofdkwartier in café-restaurant "De Fruitveiling".

Na het einde van de oorlog nam opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower het besluit om alle tijdelijke begraafplaatsen in Duitsland te ruimen en de lijken te herbegraven in Margraten en Henri-Chapelle. De laatste herbegrafenis was op 30 maart 1946. Er lagen toen 17742 Amerikanen en 1026 overige geallieerden (waaronder ruim 700 soldaten van het Rode Leger) begraven, en ook 3075 Duitsers (op een stuk terrein aan de Honthemse kant, dat van de rest was afgescheiden door een heg, en gemarkeerd met een bordje "Enemy dead"). Ook werd de begraafplaats verfraaid met paden, beplanting, een kapel (gebouwd door Duitse krijgsgevangenen) en een bezoekerscentrum. Op Memorial Day in die jaren waren veel schoolklassen aanwezig.

In 1947 werd de begraafplaats in Margraten, tot dan toe tijdelijk, aangewezen als permanente begraafplaats. Toen pas kon worden begonnen met de definitieve inrichting. Het ontwerp daarvoor werd gemaakt door architectenbureau Shepley, Bulfinch, Richardson and Abbott uit Boston; de landschapsarchitectuur werd verzorgd door Clark, Rapuano and Halleran uit New York.

De niet-Amerikaanse doden werden verplaatst naar elders. De slachtoffers uit de voormalige Sovjet-Unie werden herbegraven op het Sovjet Ereveld Leusden. De Duitsers werden verplaatst naar de Duitse militaire begraafplaats in Ysselsteyn. Er kwamen ook graven bij: de Amerikaanse doden die begraven lagen op de begraafplaats in Son en in Molenhoek werden overgebracht naar Margraten. Het aantal graven kwam zo boven de 18000.

Eind 1948 werd begonnen met het opgraven van alle doden. Hieraan werkten veel lokale bewoners mee; het gebrek aan werkgelegenheid maakte het onaangename werk toch aantrekkelijk genoeg. Zij deden het graafwerk tot het stoffelijk overschot werd aangetroffen; daarna namen de Amerikanen het over. De doden werden naar een loods gebracht. Daar werden ze ontdaan van kleding en in een metalen kist gelegd, die van binnen met witte zijde was bekleed. Die kist werd in een houten transportkist geplaatst. De resten kleding werden verbrand.

Een groot deel, ruim 10000, werd gerepatrieerd naar de VS. Uiteindelijk kregen 8301 doden hun definitieve graf in Margraten. De kisten werden niet, zoals tot dan toe, in rechte lijnen geplaatst in vierkante vakken, maar in gebogen lijnen; daarmee kreeg de begraafplaats haar huidige waaiervorm. Er werd per vak machinaal grond weggegraven, vervolgens werd er beton gestort. Daarop werden de doden geplaatst en ten slotte weer machinaal met grond bedekt. Vervolgens werd er gras gezaaid en werden de wit marmeren kruisen en davidsterren geplaatst (vastgezet in een betonnen band). Het werk werd voltooid in 1949. De begraafplaats werd toen overgedragen aan de American Battle Monuments Commission.  

Tussen 1950 en 1960 werd de begraafplaats verder verfraaid. De graven werden voorzien van witte marmeren kruisen en davidsterren. Er kwam een toren en nog enkele gebouwen. De "Walls of the Missing" zijn in deze periode gemaakt. De namen daarin zijn uitgehouwen door vier Duitsers.

7 juli 1960, de begraafplaats wordt officieel ingewijd door koningin Juliana

Na de opening werd een deel van de Nederlanders ontslagen; een deel bleef in dienst voor onderhoudswerk, waaronder grasmaaien (het gras was als een biljartlaken) en snoeiwerk.  In 2002 werd het werk van het Burger Comité overgenomen door de nieuw opgerichte Stichting Adoptie Graven Amerikaanse Begraafplaats Margraten.

Beschrijving

De begraafplaats is ca. 26,5 hectare groot. De Nederlandse regering heeft de grond uit eerbied en dankbaarheid in eeuwigdurende bruikleen afgestaan aan de VS. Er liggen in totaal 8.301 Amerikanen begraven in evenveel graven. In één graf zijn twee onbekende soldaten begraven. Een graf is leeg. Het lichaam van PFC Joseph Fletcher Hill is op 28 april 2001 (na vele en langdurige verzoeken van zijn dochter) teruggebracht naar Amerika.

Er liggen buiten Margraten nog elf Amerikaanse militairen in Nederland begraven: acht in Opijnen, één op begraafplaats Rading in Nieuw-Loosdrecht, één op het oude protestantse kerkhof in het centrum van Zoetermeer en een slachtoffer van de Vietnamoorlog op begraafplaats Rusthof in Leusden.

De toegangsweg leidt naar de trappen van het Ereplein. Voor de toren en het gedenkteken in brons, een rouwende moeder, ligt een vijver, waarin het gedenkteken zich spiegelt. In de toren, ruim 30 meter hoog en van veraf te zien, bevinden zich een kapel en een carillon. Het bezoekerscentrum ligt aan de rechterkant van het plein. Links bevindt zich een soort museumkapel met drie grote landkaarten, uitgebeiteld in travertijn, met beschrijvingen van de verrichtingen van het 1e Amerikaanse leger in de regio gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Op de muren aan weerszijden van het Ereplein, de Walls of the Missing, staan de namen van 1722 Amerikaanse vermisten die hun leven gaven. Namen van vermisten die later zijn teruggevonden en geïdentificeerd zijn voorzien van een rozet.

Achter de toren bevindt zich de eigenlijke begraafplaats. Deze is verdeeld in zestien vakken (A t/m P), die onderling zijn gescheiden door een promenade en graspaden. De gevallenen die er begraven werden, zijn in de dood gelijk. Officieren en soldaten liggen door elkaar en de witte kruisen op de graven zijn identiek. Alleen de zes ontvangers van een Medal of Honor hebben een afwijkend kruis en de joodse militairen hebben een gedenkteken met davidster.

De promenade, geflankeerd door bomen, leidt naar een vlaggenmast aan de achterzijde van de begraafplaats.

Vooral het groene kortgeknipte gras en het gebruik van spierwit materiaal (graven, het monument, stenen) geeft het een net en statig aanzien.

Meer info: https://www.visitzuidlimburg.nl/te-doen-in-zuid-limburg/attracties-bezienswaardigheden/detail/amerikaanse-begraafplaats/9405/

 
" Museumpark Overloon"

 Geschiedenis

Het Oorlogsmuseum Overloon (tot 2013 Liberty Park) is een Nederlands historisch en educatief museum in de Noord-Brabantse plaats Overloon, dat zich vooral richt op de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Vanaf 2006 trad het museum naar buiten onder de naam Liberty Park, maar in 2013 keerde het terug naar de oude naam Oorlogsmuseum Overloon. Het museum schenkt vanaf dat moment ook meer aandacht aan regionale geschiedenis. Het museum is in Nederland het grootste in zijn soort en bestaat uit een bosachtig park waarin twee voormalige musea, het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum en het Marshallmuseum (10.000 m²), gehuisvest zijn. Het museum werd in 1946 opgericht op basis van de resten van de Slag om Overloon, zoals tanks en kanonnen

Collectie

Oorlogsmuseum Overloon bezit een museumpark van ongeveer 1000 bij 500 m, en is daarmee, gemeten naar grondoppervlakte, een van de grootste musea van Nederland. Het museum bezit de grootste collectie voertuigen uit de oorlog. Van de bijzondere objecten in de collectie zijn te vermelden:

  • de Panther-tank; deze werd uitgeschakeld bij de Slag om Overloon, en de bemanning sneuvelde bij het verlaten ervan; de tank stond vervolgens ruim 50 jaar buiten maar is gerestaureerd en staat nu binnen,
  • een T-34-tank uit de Sovjet-Unie, in rijdende staat; deze wordt regelmatig gebruikt bij demonstraties,
  • een B-25 Mitchell-bommenwerper, die nog onderdeel was van het Nederlandse 320 Dutch Squadron RAF. Dit vliegtuig nam eind 1944 deel aan bij de aanvallen op de Maasbruggen van Venlo en Roermond,
  • een Renault FT-17-tank, de enige tank die Nederland in 1940 bezat, als proefmodel,
  • een Sherman-tank, de meest ingezette Amerikaanse tank uit de Tweede Wereldoorlog, op een trailer,
  • een Spitfire, het bekendste Britse jachtvliegtuig uit de oorlog,
  • een Duitse Biber-minionderzeeër,
  • een Airspeed Horsa MK1 Assault Glider, een groot zweefvliegtuig waarvan 916 tijdens Market Garden werden ingezet
  • een C-47 Skytrain (Dakota), het meest gebruikte transporttoestel tijdens de Tweede Wereld Oorlog
  • Duitse radarinstallaties, die een grote rol speelden in de Nederlandse luchtoorlog die vijf jaar lang boven Nederland woedde en 20.000 doden kostte,
  • een bosparcours, waar jaarlijks demonstratieritten gemaakt worden en re-enactments plaatsvinden tijdens onder meer de evenementen Militracks en Santa Fe.

Het museum toont verder wapens, zowel kanonnen als handvuurwapens, uniformen van zowel geallieerden als van de Wehrmacht en militaire gebruiksvoorwerpen, soms in nagebouwde scènes. Ook bezit het museum een documentatieafdeling, geopend voor het publiek. Er is ook een aparte expositie gewijd aan de Jodenvervolging in Nederland. Het museum biedt ook plaats aan tijdelijke exposities.

Daarnaast staan in het bospark en in de hallen een aantal beelden opgesteld van Nederlandse en geallieerde hoofdfiguren uit de oorlog, onder wie bijvoorbeeld kolonel Borghouts, koningin Wilhelmina en prins Bernhard.

Uitbreiding

Het oorspronkelijke museum heeft in 2006 de militaire collectie van het Marshallmuseum in Zwijndrecht in bruikleen gekregen. Hiervoor is het museum belangrijk uitgebreid. Over deze collectie is een jarenlang slepend juridisch conflict met eigenaar en industrieel Jaap de Groot gevoerd, die de voertuigen terug wilde omdat het museum er volgens hem slordig mee omging. De Groot is overleden op 12 april 2011; zijn belangen werden vervolgens behartigd door een stichting. In 2012 is het conflict opgelost; de collectie blijft bij Oorlogsmuseum Overloon.[1][2] Het vroegere Museum 1939-1945 uit Uithuizen (opgericht in 1989) heeft begin 21e eeuw ook zijn collectie overgedragen aan het museum. Op 14 juli 2011 is de vaste collectie uitgebreid met project "Klim naar de Vrijheid', waarin de zuidelijke Engelandvaart centraal staat. Het museum neemt deel in het sinds 2011 geplande Vrijheidsmuseum WO2 in Nijmegen. Het museum ontvangt jaarlijks ongeveer 120.000 bezoekers. Sinds 2016 is de collectie uitgebreid met de collectie van het Achterhoeks Museum 1940-1945 dat in 2015 haar deuren sloot. In de nieuwe expositie van Oorlogsmuseum Overloon staan o.a. de herkenbare winkel en het café van het Achterhoeks Museum 1940-1945.

Meer info: www.oorlogsmuseum.nl/nl/